Siem & Karst zijn lid van de postduivenvereniging P.V. de Snelvliegers in Genemuiden. In 2005 is Karst begonnen met de postduiven en na 2 jaar kwam ook vader Siem erbij en sindsdien vormen zij een combinatie. Vader Siem is 72 jaar en inmiddels 5 jaar met pensioen. Karst, 40 jaar, is werkzaam als teamleider schilder bij een vastgoedonderhoud bedrijf. We kunnen beide mannen het best typeren als fanatieke liefhebbers (in positieve zin). Het geeft beiden een stukje ontspanning als ze s ‘avonds met de duiven bezig zijn en ook het verengingsleven is voor hen een belangrijk onderdeel. De persoonlijke voorkeur gaat uit na de dagfond en de marathonvluchten met middaglossingen.
De absolute topper op de marathonvluchten gedurende de laatste jaren is de NL21-1526187, Gerlize genaamd. Zij is vernoemd naar de jongste kleindochter van Siem en nichtje van Karst. Gerlize is een duivin en kan het best omschreven worden als een klein bolletje, ligt van gewicht, en verder zit er alles op en aan wat een goeie duif moet hebben. Ze is zeer makkelijk in de omgang, en een echte strijder v.w.b. haar nest. Het liefst heeft ze een nestje op de grond in een hoekje van het hok. Hier weet ze haar eitjes prima te verdedigen en verder is ze dol op pinda’s.
Zoals alle andere marathonduiven wordt zij op eitjes gespeeld en nooit op jongen. Pas na het seizoen mogen de marathonduiven een nestje grootbrengen. Verder wordt er ter motivatie meestal 2 dagen voor de inkorving avonds een ei bijgelegd en zo zit ze dan op 4 eitjes als ze de mand in gaat. Op de trainingsvluchten waarop zij elke week gespeeld wordt is zij altijd keurig op tijd thuis, is nog nooit geblesseerd teruggekomen, en doet verder weinig opvallende dingen.
In de pedigree van Gerlize zien we dat 2 overgrootmoeders een 1e en 2e nat Aurillac speelden. Ook een volle broer van Gerlize speelde reeds 2 maal Top 10 Sector. Verder zien we nogal wat toppers van Nico Volkens terug in haar afstamming.
Vanzelfsprekend zijn Siem en Karst Super trots op Gerlize. Zijzelf zeggen hierover; “dit zijn de prestaties waar je het voor doet, en iedere keer wordt er dan ook wel een vuistje gebald bij thuiskomst”.
Jack van Eck














